Algemene Dierenkliniek Randstad

03-322 78 11

Doctoraat Dr. Geert Verhoeven

Gepubliceerd op 11 oktober 2011

In 2008 vatte Dokter Geert Verhoeven zijn doctoraatsstudie aan bij de vakgroep Medische Beeldvorming en Orthopedie van de Universiteit Gent. Het proefschrift, dat hij succesvol en op heel eigenzinnige wijze verdedigde, draagt de titel: "Interobserver agreement in the diagnosis of canine hip dysplasia according to the FCI guidelines". Het ADR-team wenst hem dan ook van harte te feliciteren!Dr. Geert Verhoeven

Deze studie concentreert zich op de consensus tussen beoordelaars in het diagnostiseren van heupdysplasie en het scoren ervan volgens de regels van de Fédération Cynologique Internationale (FCI), zoals momenteel uitgevoerd in verschillende Europese landen.

In de algemene introductie wordt heupdysplasie bij de hond vergeleken met heupdysplasie bij de mens. Heupdysplasie bij de hond is een multifactoriële genetische aandoening. De anatomie van het heupgewricht wordt beschreven en vergeleken met de radiografische kenmerken. De verschillende behandelingsmogelijkheden, conservatief en chirurgisch, worden beschreven.

In hoofdstuk 1, dringt zich de vraag op waarom na 40 jaar screenen, de prevalentie van heupdysplasie op wereldvlak nog steeds zo hoog is. Door middel van een literatuurstudie worden de verschillende screeningsmethoden die wereldwijd worden toegepast, kritisch met elkaar vergeleken en hun effect op het terugdringen van heupdysplasie bij de hond wordt beschreven.

De diagnostische consensus, zonder dat er beperkingen werden opgelegd aan de beoordelaars, werd onderzocht in hoofdstuk 2. Consensus tussen paren van beoordelaars over dysplasie/geen dysplasie is relatief laag en zelfs nog lager in verband met het bepalen van de FCI score. Ervaren beoordelaars zijn het meer met elkaar eens dan onervaren beoordelaars, onafhankelijk van de radiografische kwaliteit.

Het effect van de radiografische kwaliteit op de consensus tussen beoordelaars werd verder onderzocht in hoofdstukken 3 en 4. Een stijgende subjectieve en objectieve kwaliteit van de radiografieën verbeterde de consensus tussen beoordelaars echter niet, hoewel de ervaren groep beter scoorde dan de onervaren. In het besluit kan worden gesteld dat onze studies de eerste zijn die een lage consensus tussen beoordelaars bevestigen als een van de mogelijke oorzaken waarom de standaard gestrekte radiografische heupopname niet succesvol is als screeningsmethode ter bestrijding van heupdysplasie bij de hond.

Meer informatie kan u vinden op de site van de Ugent. In het kader van deze prestatie, werd ook zijn persoonlijke pagina bijgewerkt met een up-to-date CV.