Algemene Dierenkliniek Randstad

03-322 78 11 - Frans Beirenslaan 155, 2150 Borsbeek

Oorzaken van kanker

Van de meeste tumoren is niet geweten wat de oorzaak is.
Er zijn verschillende factoren mogelijk die een wijziging in het DNA veroorzaken:

Niet-erfelijke factoren

Virussen

Virussen kunnen kankerverwekkers zijn door een direct effect: zij kunnen zich bijv. inplanteren in het DNA van de gastheer en zorgen voor een activatie van zgn. oncogenen (bijv. FeLV-virus). Zij kunnen echter ook op een indirecte manier hun effect bereiken: bijv. door een onderdrukking van de afweer (FIV-virus).

Feliene Leukemie Virus (FeLV)

Hematopoiëtische tumoren (tumoren van de bloedcellen en beenmerg) zijn de meest voorkomende tumoren bij de kat. Ze zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30-40% van alle tumoren. Dit cijfer is direct gerelateerd aan het voorkomen van FeLV in de populatie katten.

FeLV wordt meestal gezien met maligne lymfoma en met leukemie. Belangrijk is te weten dat dieren met deze tumoren niet altijd besmet zijn met FeLV:

  • Mediastinale vorm: 80% positief
  • Multicentrische vorm: 60% positief
  • Gastro-intestinale vorm: 30% positief

De voornaamste bron van infectie zijn de viraemische katten (katten die besmet maar niet ziek zijn en het virus continu uitscheiden), die het virus continu uitscheiden via hun speeksel: de verspreiding gebeurt dan ook door intiem (sociaal) contact. De verspreiding kan ook aangeboren zijn via een geïnfecteerde kattin die de ziekte doorgeeft aan haar kittens. In de eerste weken na infectie, zullen de interacties tussen het virus en het immuunsysteem van de gastheer, de uitkomst bepalen: persisterende virale infectie, latente infectie of immuniteit. Het zijn de katten met een persisterende infectie die later FeLV-geassocieerde ziekten (tumoren) ontwikkelen.

Het FeLV-virus

Feliene Immunodeficiëntie Virus (FIV)

Dit virus wordt vooral geassocieerd met maligne lymfoma bij de kat. Zij bereiken hun carcinogeen (kankerverwekkend) effect vooral op een indirect manier door onderdrukking van het immuunsysteem.

Het FIV-virus

Papillomavirussen

Deze virussen komen bij vele diersoorten voor (rundvee, paarden, honden) en veroorzaken papilloma’s (“wratten”).
Over het algemeen zijn deze papilloma’s goedaardig: het afweersysteem van het dier overwint het virus en de papilloma’s verdwijnen spontaan over een periode van ongeveer 6 maanden. Het meest worden ze gezien bij jonge dieren.

Een pup met orale papillomatosis

Chemische carcinogenen

Bij de mens is dit een goed gedocumenteerde groep van carcinogenen (kankerverwekkers). Iedereen kent de gevolgen van o.a. asbest en sigarettenrook. In de diergeneeskunde is hier nog maar weinig onderzoek naar verricht.
Enkele voorbeelden die we kunnen vermelden:

    ­
  • Er zou een verband zijn tussen maligne lymfoma bij de hond en het gebruik van de herbicide 2,4D
  • ­
  • Recent onderzoek wijst ook op het effect van sigarettenrook en nicotine op het ontwikkelen van (gastro-intestinaal) lymfoma bij de kat.
  • Het voorkomen van blaaskanker bij de Schotse Terrier zou aanzienlijk meer voorkomen bij gebruik van bepaalde pesticiden en herbiciden in en rond het huis.

Biologische factoren

Bestraling en UV-licht

Straling is een bekend carcinogeen bij zowel de mens als dier. Stralen kunnen door een direct effect DNA beschadigen of indirect werken door de produktie van vrije radicalen.
Enkele voorbeelden:

  • Plaveiselcarcinoom (squameus cel carcinoom, SCC) bij de kat op de oorranden, neusspiegel en ooglidranden: dit komt vooral bij licht gepigmenteerde en weinig behaarde katten. Door chronische blootstelling aan (fel) zonlicht ontwikkelen zij op deze plaatsen een chronische inflammatoire dermatitis dat zich in de loop van de tijd verder ontwikkelt tot een tumor.
  • Op een oude bestralingsplaats kan zich na enkele jaren een andere tumor ontwikkelen.

Kat na verwijderen oorschelpen n.a.v. een squameus cel carcinoma Kat met een squameus cel carcinoma van de neus

Hormonen

Vooral de geslachtshormonen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van tumoren bij hond en kat. Enkele voorbeelden:

  • Door oestrogenen bij de teef kunnen goedaardige vaginale fibroma’s ontwikkelen
  • Een vroegtijdige sterilisatie beschermt tegen de ontwikkeling van borstkanker
  • ­
  • Niet-ingedaalde teelballen hebben tot 16x meer kans op het ontwikkelen van kwaadaardige teelbalkanker

Kat met kwaadaardige borsttumur voor operatie Kat na verwijderen van beide melklijsten

Erfelijke factoren

Bij de mens is dit voor bepaalde tumoren goed gedocumenteerd in tegenstelling tot onze huisdieren.
Wel hebben bepaalde rassen een uitgesproken aanleg voor bepaalde tumoren (bijv. Boxers, Bull Mastiffs, Labradors, Flat-Coated Retrievers, Berner Sennenhund, Schotse Terriërs, Duitse Herders) en dus kan een erfelijkheidsfactor vermoed worden.