Algemene Dierenkliniek Randstad

03-322 78 11 - Frans Beirenslaan 155, 2150 Borsbeek

Behandelingsmogelijkheden

De behandeling van een tumorpatiënt is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een ‘multimodality therapy’: op een rationele wijze wordt gebruik gemaakt van de beste behandelingsmogelijkheden die er zijn. Vaak wordt daarbij dus gebruik gemaakt van meerdere therapieën om de effectiviteit van de behandeling te verhogen.

De meeste gebruikte therapieën zijn: chirurgie, chemotherapie en bestraling. Andere, minder vaak gebruikte therapieën zijn: hormonale therapie, immunotherapie / gentherapie, cryochirurgie, foto-dynamische therapie.

Chirurgie

Chirurgie is en blijft de hoeksteen van de veterinaire oncologie. Chirurgie kan alleen worden toegepast, maar kan ook in combinatie worden gebruikt met andere therapieën, zoals bijvoorbeeld bij een fibrosarcoom van een kat: eerst opereren en post-chirurgische bestraling.

De rol van een goede chirurg is zeer belangrijk: chirurgie biedt immers een direct resultaat, is niet kankerverwekkend, is minder immunosuppressief (onderdrukt de weerstand minder) dan andere therapieën en is zeer effectief voor grote, gelokaliseerde tumoren. Daarentegen kan chirurgie meer schade berokkenen dan goed doen, als het verkeerdelijk wordt toegepast: daarom is het belangrijk om vóóraf het biologisch gedrag van de tumor te weten:

  • Hierdoor wordt ‘treatment failure’ voorkomen door vroegtijdig metastaseren
  • Het type resectie kan bepaald worden, bijvoorbeeld
    • Mastceltumor: deze moeten verwijderd worden met een marge van 2 à 3 cm
    • Plaveiselcelcarcinoom (minder infiltratief): kleinere chirurgische marge noodzakelijk
  • Eventueel gebruik van aanvullende therapieën
  • Anticiperen van de prognose na chirurgie
  • Bepalen van andere bijkomende ziekten: bepalen van het risico (bijvoorbeeld het anesthesierisico bij een hartpatiënt)

Bovendien moet de chirurg een uitgebreide kennis hebben van reconstruktietechnieken, huidflappen en transplantaties:

  • Hierdoor kunnen tumoren wijder worden verwijderd
  • Minder morbiditeit en uiteindelijk ook minder mortaliteit
  • Minder kans op compromissen waardoor de tumor marginaal verwijderd wordt (en dus onsuccesvol)

De dierenartsen die zich binnen dierenkliniek Randstad vooral bezig houden met chirurgie zijn Dr. Geert Verhoeven, Dr. Ruth Fortrie en Dr. Johan Van Tilburg.
Dr. Geert Verhoeven is een Europees erkend specialist chirurgie (ECVS: European College of Veterinary Surgeons) en dr. Ruth Fortrie is momenteel specialist in opleiding voor chirurgie. Dr. Johan van Tilburg vervult het team met orthopedische operaties.

Rottweiler met een kwaadaardige bindweefsel tumor (fibrosarcoom) van de bovenlip:
Casper: tumor met aflijning Casper: transplantatie van de onderlip Casper: enkele maanden na de operatie

Chemotherapie

Over deze therapie bestaat binnen de diergeneeskunde de meeste controverse, vooral ivm de bijwerkingen.

Belangrijk is om te realiseren dat niet alle tumoren gevoelig zijn voor chemotherapeutica en dat chemotherapie dus ook niet moet beschouwd worden als een wondermiddel. Bovendien kunnen de kosten oplopen tot enkele duizenden euro’s per jaar en zal iedere eigenaar voor zichzelf moeten uitmaken of deze uitgaven voor hem haalbaar zijn.

Indicaties voor chemotherapie:

  • Hematopoiëtische tumoren, bijv. maligne lymfoom, multiple myeloom, bepaalde vormen van leukemie
  • Tumoren waarbij na chirurgische verwijdering vrijwel zeker nog (micro)meta’s aanwezig zijn, bijv. osteosarcoom
  • Tumoren die niet chirurgisch te verwijderen zijn, maar wel kunnen reageren op chemotherapie, bijv. hersentumoren
  • Pre-operatieve verkleining van grote tumoren, bijv. peri-anale adenocarcinomen
  • Radiosensibilisatie van tumoren, bijv. fibrosarcoom, osteosarcoom
  • Palliatieve behandeling van grote of pijnlijke tumoren, bijv. overgangsepitheelcarcinoom van de blaashals

Chemotherapeutica zijn medicamenten die de celdeling remmen (vandaar de naam ‘cytostatica’), bijv. door het binden aan het DNA. Zij remmen dus niet alleen de celdeling van tumorale cellen maar ook van normale (sneldelende) weefsels: hieruit vloeien de meeste complicaties voort. Om te voorkomen dat ook het normale weefsel volledig wordt vernietigd door de chemotherapie, wordt de chemo slechts pulsgewijs gegeven: vlak na de chemo wordt zowel normaal als tumoraal weefsel vernietigd, maar in de periode die erop volgt, herstelt het normale weefsel zich weer.
Evolutie van het weefsel na de behandeling

De chemotherapie bestaat, afhankelijk van het gekozen protocol, uit medicatie die per tablet wordt gegeven, per infuus wordt toegediend of lokaal in de tumor wordt gebracht.

Een infuusbehandeling gebeurt altijd poliklinisch en de eigenaar blijft gedurende de behandeling bij zijn dier, tenzij hij zelf anders beslist. Zelden is een sedatie of anesthesie nodig, tenzij het om zeer angstige of agressieve dieren gaat. De dieren krijgen achteraf een beloning om ze gerust te stellen. Het dier gaat ook direct mee naar huis met instructies voor de volgende dagen. De duur van een behandeling varieert van ongeveer 15 minuten tot 45 minuten afhankelijk van het product dat wordt gebruikt.

Bijwerkingen ten gevolge van chemotherapie

Veel eigenaren staan zeer negatief tegenover chemotherapie omdat dit bij hen een beeld oproept van een doodziek, brakend en kaal dier. Bovendien hebben veel mensen al ervaringen met chemotherapie (bij mensen) uit hun directe omgeving.

Over het algemeen is het onze ervaring dat dieren minimale bijwekingen vertonen (veel minder dan bij de mens!), sommigen hebben zelfs meer energie en een verbeterde eetlust. De kwaliteit van het leven moet gewaarborgd blijven en dus zullen de meeste bijwerkingen, zoals die bij de mens bekend zijn, onacceptabel zijn en worden de cytostatica gebruikt in een aangepaste dosis. Hierdoor is genezing niet altijd reëel, maar kan het leven wel op een verantwoorde manier voortgezet worden.

Wij gebruiken chemotherapeutica wegens hun werking en niet vanwege hun bijwerkingen!

De meeste bijwerkingen ontstaan door aantasting van normale, snel delende cellen; deze kunnen dan ook in drie hoofdgroepen verdeeld worden:

  1. Aantasting van het beenmerg (myelosuppressie): in het beenmerg zijn de stamcellen van drie celgroepen (rode bloedcellen, witte bloedcellen en de bloedplaatjes) met elk hun specifieke bijwerkingen:
  2. Aantasting van het maag-darmslijmvlies: de meest bekende en gevreesde bijwerkingen zijn braken en diarree. Deze bijwerkingen zijn over het algemeen zeer mild en kunnen gewoonlijk zeer goed onder controle gehouden worden met medicatie (primperan, cerenia, zofran). Meestal zijn de dieren niet ziek, maar zijn ze enkele dagen na de chemo wat rustiger en hebben ze soms een minder goede eetlust.
    Zeer zelden moet een dier gehospitaliseerd worden omdat het braken niet onder controle te krijgen is met de klassieke medicatie.
  3. Aantasting van de haarzakjes (alopecie): haarverlies is ongewoon bij onze huisdieren, behalve bij de zgn. ‘trimrassen’, zoals poedels, bouviers. Zij zullen gewoonlijk niet volledig kaal worden, maar de ondervacht verdwijnt waardoor de vacht erg uitdunt. Dit blijkt overigens voor alle eigenaren een acceptabel feit. Bovendien zijn de meeste eigenaars zeer vindingrijk in het oplossen van dit ‘probleem’.
    Katten verliezen over het algemeen niet hun haar, maar kunnen wel hun snorharen verliezen.
    Snorharen en vacht groeien gewoon terug na het stopzetten van de chemotherapie.

Andere bijwerkingen die gezien worden bij chemotherapie zijn het gevolg van de eigenschappen van de produkten zelf:

  1. Extravasatie (het lekken van de chemotherapeutica naast het bloedvat): bepaalde chemotherapeutica moeten stikt intraveneus gegeven worden; als dit niet gebeurt, kan dit tot gevolg hebben dat de huid en omliggende weefsel afsterft. Dit wordt o.a. gezien bij doxorubicine, vincristine en vinblastine.
  2. Cardiotoxiciteit (toxisch voor het hart): bepaalde rassen (boxer, dobermann, bouvier, cavalier king charles spaniel...) zijn gevoelig voor het ontstaan van hartproblemen: deze moeten dan bij het gebruik van bepaalde chemotherapeutica (doxorubicine) regelmatig onderzocht worden dmv echografie (echocardiografie) door een cardioloog: in dierenkliniek Randstad staat Dr. Stepahne Albers samen met Dr. Ellen Van Tilburg in voor de cardiologie.
  3. Nefrotoxiciteit (toxisch voor de nieren): regelmatig bloedonderzoek en nakijken van de nierfunktie bij bepaalde produkten (carboplatine) en zelfs een geforceerde diurese bij gebruik van andere produkten (cisplatine)
  4. Hemorrhagische cystitis: bloederige, steriele blaasontsteking bij de hond bij bepaalde chemotherapeutica (endoxan): om problemen te voorkomen worden deze produkten 's morgens gegeven en worden de dieren gelijktijdig behandeld met prednisolone of diuretica. De dieren moeten die dag om de 2 uur buiten gelaten worden zodat de irriterende uitscheidingsprodukten niet te lang in de blaas kunnen blijven zitten.
  5. Longfibrose / longoedeem: bepaalde chemotherapeutica kunnen bij de kat een acuut longoedeem en sterfte veroorzaken (cisplatin) en mogen dus niet gebruikt worden in deze diersoort. Andere chemotherapeutica kunnen op lange termijn longfibrose geven (lomustine).
  6. Neurotoxiciteit: wordt zelden waargenomen bij dieren itt mensen. Het kan voorkomen na gebruik van o.a. vincristine en vinblastine.

Omwille van de bijwerkingen is onze kliniek voor alle chemopatiënten 24/24 en 7/7 bereikbaar.

Veiligheid speelt een belangrijke rol binnen onze kliniek en dus is er ook veel tijd en geld in geïnvesteerd.

  • Voor onszelf maken wij gebruik van speciale chemohandschoenen, bereiden wij de chemo voor in speciaal daarvoor bestemde kasten, wordt gebruik gemaakt van speciale gesloten spuiten en naalden en wordt al het afval verwerkt als gevaarlijk chemisch afval.
  • Wij zullen geen dieren behandelen die tijdens hun ‘uitscheidingsperiode’ niet weggehouden worden bij zwangere vrouwen, jonge kinderen en jonge dieren. Wij willen niet de verantwoordelijkheid dragen voor eventuele ongevallen.
  • Uitgebreide informatie wordt na elke behandeling gegeven aan de eigenaar betreffende de te verstrekken medicatie en omgang met excreta.
  • Verdere informatie kan u nalezen in ons veiligheidsprotocol.

Telkens na een behandeling met chemotherapeutica, zal uw dier deze producten uitscheiden. Helaas is hierover binnen de diergeneeskunde (nog) geen onderzoek gedaan. Daarom gebruiken wij de excretietijden die voor de mens worden gebruikt.

Hoewel wij aanraden om altijd een goede hygiëne te handhaven als u met uw (ziek) dier omgaat, kunt u best extra voorzorgsmaatregelen nemen wat betreft urine, ontlasting, braaksel, bloed en speeksel gedurende de excretieperiode zoals hierboven aangegeven. Meer informatie hieromtrent vind u in ons veiligheidsprotocol.

Voor welke tumoren kan chemotherpie succesvol worden ingezet?

  • Maligne lymfoom (lymfosarcoma) bij hond en kat
  • Osteosarcoom in combinatie met pootamputatie / pootsparende chirurgie
  • Overgangsepitheelcarcinoom blaashals
  • Hersentumoren
  • Mastocytomen
  • Multiple myeloom
  • Bepaalde vormen van leukemie (CLL)
  • Peri-anale adenocarcinomen
  • Plaveiselcelcarcinoom neusspiegel kat
  • Adenocarcinomen rectum – colon
  • Plaveiselcelcarcinoom (niet-tonsillair) mondholte hond

Bestraling

Radiotherapie is de behandeling met ioniserende straling die kan bestaan uit elektro-magnetische golven (röntgen- of gammastralen) of deeltjes (elektronen, protonen en neutronen).
De eenheid van bestraling is de Gray (Gy).

Er zijn verschillende soorten bestralingsapparatuur:

  1. Orthovoltage apparaten: deze apparaten produceren röntgenstralen met een relatief lage energie, waardoor ze niet diep in de weefsels kunnen penetreren. Deze apparaten worden gebruikt voor processen die oppervlakkig gelegen zijn (zoals in de huid of op slijmvliezen).
  2. Megavoltage apparaten:deze apparaten produceren fotonen of elektronen met een hoge energiewaarde waardoor hun maximale energieniveau op ongeveer 0.5 – 1 cm onder de huid gelegen is: deze zijn dus uitermate geschikt voor processen van dieper gelegen weefsels en hebben een huidsparend effect.
    Er zijn verschillende soorten van megavoltage apparaten: lineaire versnellers, Cobalt60 apparaten en protonbestraling.
    Cobalt60 apparaat Cobalt60 apparaat
  3. Brachytherapie: hierbij wordt, in het te behandelen gebied, radioactief Iridium192 geimplanteerd onder de vorm van naalden of nylondraadjes met Iridium-‘zaadjes’. Ir192 heeft een halfwaardetijd van 74.2 dagen en de vrijkomende straling bestaat uit gammastraling met een energie van gemiddeld 370 keV. Op een afstand van 5 mm van de naald is het stralingsniveau te verwaarlozen voor de weefsels in de direct omgeving, waardoor deze vorm van behandeling zich uitstekend leent voor lokaties die moeilijk te benaderen zijn voor andere vormen van radiotherapie door de sterke radiosensiviteit van o.a. het oog, de longen en de darmen (wordt bijvoorbeeld gebruikt voor tumoren dicht bij het oog, in de tong of op de borstwand).
    De behandelingsduur is gemiddeld 7-10 dagen waarbij opname en isolatie van de dieren een strikte vereiste is ivm het cumulatieve effect van de vrijkomende straling op de omgeving.
  4. Mmetabole radiotherapie:deze methode wordt gebruikt voor de behandeling van schildklieradenomen bij de kat met radioactief Iodium131. Het Iodium wordt onderhuids toegediend en wordt opgenomen in het schildkleirweefsel. Hierbij komen gammastralen vrij en wordt het tumorweefsel vernietigd. Ook hierbij is een korte hospitalisatie noodzakelijk.

Orthovoltage behandeling is mogelijk bij een beperkt aantal praktijken in Nederland (een lijst kunt u vinden op www.kankerbijdieren.nl)
Bestraling met een lineaire versneller is mogelijk in het Centre Cancerologie Veterinair in Parijs (Frankrijk), het Kantonales Tierspital in Zürich (Zwitserland), Tierklinik Hofheim in Hofheim (Duitsland) en aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (Nederland).
Metabole radiotherapie is mogelijk aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit van Gent (vakgroep Medische Beeldvorming).

Voor bestraling in aanmerking komende tumoren zijn:

  • Mastocytomen
  • ­
  • (orale) Maligne melanoma
  • Acanthomateuze epuliden
  • ­
  • Tumoren in kop/halsgebied na onvolledige chirurgische verwijdering
  • ­
  • Hersentumoren, eventueel in combinatie met chirurgie en/of chemotherapie
  • ­
  • Sterk gelokaliseerde lymfomen en andere rondcellige tumoren, bijvoorbeeld plasmaceltumor
  • ­
  • Osteosarcomen, zowel palliatief (als pijnstillende therapie) als curatief in combinatie met pootsparende chirurgie
  • ­
  • Tumoren in de neusholte, vaak na voorafgaande chirurgie
  • ­
  • Tumoren rond de anus
  • ­
  • Likgranulomen
  • ­
  • Therapie resistente granulomateuze meningo-encephalitits.

Richtprijzen voor radiotherapie zijn:

  • Palliatieve bestralingen: € 1500
  • Curatieve bestralingen: € 2500-3000